Spelregelkennis quiz deel 3

Vraag 1.
Als de tegenstander voorzichtig naar de bal trapt die door de doelverdediger wordt vastgehouden, zal de scheidsrechter;
a. Hem bestraffen met een directe vrije schop wegens gevaarlijk aanvallen.
b. Hem bestraffen met een indirecte vrije schop wegens spelen op een gevaarlijke wijze.
c. Hem niet bestraffen.
d. Het spel onderbreken en laten hervatten met een scheidsrechtersbal.

Vraag 2.
Mag een speler worden aangevallen door twee tegenstanders op hetzelfde moment?
a. Neen, de scheidsrechter moet een indirecte vrije schop toekennen aan de tegenpartij.
b. Neen, de scheidsrechter moet een directe vrije schop toekennen aan de tegenpartij.
c. Dit mag wel, maar het moet correct gebeuren, dus in strijd om de bal en schouder tegen schouder.
d. Ja, dit mag wel, omdat afhouden in strijd om de bal is toegestaan, mits dit geschiedt door één speler tegelijk.

Vraag 3.
Een wisselspeler (12e speler) loopt van de spelersbank het speelveld in. In zijn eigen strafschopgebied trapt hij een tegenstander. De scheidsrechter heeft het trappen van de 12e speler zien gebeuren. Hoe reageert hij?
a. Hij onderbreekt het spel, troont de wisselspeler een rode kaart en hervat met een scheidsrechtersbal.
b. Hij onderbreekt het spel, toont de wisselspeler een rode kaart en hervat met een indirecte vrije schop.
c. Hij onderbreekt het spel, toont de wisselspeler een rode kaart en hervat met een straf schop.
d. Hij onderbreekt het spel, toont de wisselspeler een gele kaart en hervat met een scheidsrechtersbal.

Vraag 4.
Staande buiten het strafschopgebied slaat een verdediger een aanvaller, die in het strafschopgebied staat. Hoe reageert de scheidsrechter, als de bal op het ogenblik van slaan in het spel is?
a. Wegzending van de slaande speler door het tonen van de rode kaart en hervatten met een directe vrije schop op de plaats waar hij stond.
b. Wegzending van de slaande speler door het tonen van de rode kaart en hervatten met een directe vrije schop op de 16-meterlijn.
c. Wegzending van de slaande speler door het tonen van de rode kaart en hervatten met een strafschop.
d. Wegzending van de slaande speler door het tonen van de rode kaart en hervatten met een scheids-rechtersbal.

Vraag 5.
Eén speler van partij A en één van partij B komen op de zijlijn met elkaar onopzettelijk in botsing. De speler van A moet verzorgd worden, waarvoor de scheidsrechter het spel onderbreekt. Hoe hervat hij het spel, nadat de gewonde speler is opgelapt?
a. De partij van de gewonde speler neemt een indirecte vrije schop.
b. De partij van de gewonde speler neemt een directe vrije schop.
c. Met een scheidsrechtersbal.
d. Met een inworp.

Vraag 6.
Een trainer geeft een wisselspeler opdracht om warm te lopen. Waar moet dit gebeuren?
a. Langs de zijlijn, aan die zijde waar de dug-outs zich bevinden
b. Langs de zijlijn, aan die zijde waar de dug-outs zich bevinden op de helft van de assistent scheidsrechter.
c. Langs de zijlijn, aan die zijde waar de assistent scheidsrechter niet loopt
d. Maakt niet uit waar hij loopt

Vraag 7.
Welke van de hieronder staande overtredingen wordt bestraft met een indirecte vrije schop?
a. Het vasthouden van een tegenstander.
b. Het met de handen wegduwen van een tegenstander.
c. Gevaarlijk aanvallen.
d. Spuwen naar de scheidsrechter

Vraag 8.
Uit een inworp van partij A verdwijnt de bal via de scheidsrechter in het doel van partij B. Wat beslist de scheidsrechter?
a. Doelpunt toekennen.
b. Doelschop voor partij B.
c. Hoekschop voor partij A.
d. Inworp overnemen.

Vraag 9.
De handleiding voor scheidsrechters kent 17 regels. Waar handelt regel 13 over?
a. De strafschop.
b. De vrije schop.
c. De inworp.
d. De doelschop.

Vraag 10.
Welke van de hieronder staande spelhervattingen hoort niet in dit rijtje thuis?
a. Hoekschop.
b. Strafschop.
c. Directe vrije schop.
d. Inworp.

Antwoorden van vorige week.
1.A
2.D
3.A
4.C
5.D
6.C
7.D
8.B
9.A
10.B

Comments are closed.