Spelregelkennis quiz deel 4

Vraag 1.
In het amateurvoetbal moet een beslissingswedstrijd gespeeld worden op een neutraal terrein. Beide eerste elftallen hebben echter hetzelfde kleur tenue. Wie moet er nu een ander kleur tenue aantrekken?
a. Dat bepaalt de scheidsrechter.
b. Het eerste in de Officiële Mededelingen genoemde partij.
c. Het tweede in de Officiële Mededelingen genoemde partij.
d. Omdat hierover niets is bepaald in de reglementen, wordt dit beslist door het Bondsbureau.

Vraag 2.
De bal is op het middenveld in het spel. De scheidsrechter ziet nu dat een speler een andere speler binnen het speelveld een klap geeft en onderbreekt het spel. De slaande speler wordt weggezonden door het tonen van de rode kaart. Op welke wijze kan nu het spel niet worden hervat?
a. Met een strafschop.
b. Met een directe vrije schop.
c. Met een indirecte vrije schop.
d. Met een scheidsrechtersbal.

Vraag 3.
Een eerste elftal heeft slechts een wisselspeler, die als assistent-scheidsrechter dienst doet. Op een gegeven moment moet hij invallen. Later valt er weer een speler uit. Mag de eerst uitgevallen speler nu weer invallen als hij zich fit voelt?
a. Ja, dat mag altijd.
b. Ja, na goedkeuring van de scheidsrechter en de beide aanvoerders.
c. Neen, dit is nooit toegestaan.
d. Ja, na goedkeuring van de scheidsrechter.

Vraag 4.
De scheidsrechter toont een speler een gele kaart en hervat het spel met een indirecte vrije schop. In welke situatie heeft de scheidsrechter juist gehandeld?
a. Als de speler een discriminerende opmerking maakt tegenover de assistent-scheidsrechter.
b. Als de speler een medespeler spuwt.
c. Als de speler een tegenstander op grove wijze beledigt.
d. Als de speler aanmerkingen maakt op de leiding.

Vraag 5.
Onder bepaalde voorwaarden mag men de doelverdediger aanvallen. Welke voorwaarde hoort niet in het onderstaande rijtje thuis?
a. De doelverdediger is met beide benen van de grond.
b. De doelverdediger bevindt zich buiten zijn doelgebied.
c. De doelverdediger hindert opzettelijk een tegenstander.
d. De doelverdediger houdt de bal vast, staande op de grond.

Vraag 6.
Een veldspeler die binnen het eigen doelgebied staat, slaat met een scheenbeschermer die hij in zijn hand houdt, tegen de bal aan en voorkomt zodoende dat er een doelpunt wordt gemaakt. Wat zal de scheidsrechter hier beslissen?
a. Hij kent een strafschop toe.
b. Hij kent een strafschop toe en geeft de speler een waarschuwing door het tonen van de gele kaart.
c. Hij geeft een indirecte vrije schop en een waarschuwing door het tonen van de gele kaart aan de speler.
d. Hij kent een strafschop toe en zendt de speler van het speelveld door het tonen van de rode kaart.

Vraag 7.
Een doelverdediger wordt bij het wegwerken van de bal gehinderd door een aanvaller die de ontwijkende bewegingen van de doelverdediger volgt. De aanvaller wordt bestraft wegens:
a. Onbehoorlijk gedrag.
b. Gevaarlijk spel.
c. Hinderen van de doelverdediger
d. Gevaarlijke aanvallen.

Vraag 8.
In de rust wisselt vereniging A een speler. Dit wordt volgens de regels aan de scheidsrechter gemeld. Als de ploegen klaar staan voor de aftrap, beledigt de wisselspeler van A, die dus net het veld ingekomen is, de scheidsrechter. Hij wordt weggestuurd door het tonen van de rode kaart. Mag de wisselspeler worden vervangen als ploeg A nog niet alle wisselspelers heeft verbruikt?
a. Dat zou wel mogen bij het begin van de wedstrijd, niet bij het begin van de tweede helft.
b. Dat zou wel mogen als de belediging buiten het veld had plaatsgevonden; in deze situatie niet.
c. Dat mag; het spel is nog niet hervat; de wissel is nog niet onherroepelijk.
d. Dat mag, zolang de wisselspeler de bal nog niet heeft gespeeld.

Vraag 9,
De trainer in het amateurvoetbal komt nabij de middenlijn het speelveld in en bemoeit zich met de leiding van de scheidsrechter. Deze onderbreekt hiervoor het spel. Hoe zal de scheidsrechter hier moeten handelen?
a. Hij laat de trainer door de aanvoerder achter de afrastering zenden en hervat het spel met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was.
b. Hij laat de trainer door de aanvoerder achter de afrastering zenden en laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop vanaf de plaats waar de bal was.
c. Hij laat de trainer door de aanvoerder achter de afrastering zenden en hervat het spel met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de trainer was.
d. Hij zendt de trainer weg door het tonen van de rode kaart en laat het spel hervatten met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was.

Vraag 10.
In de rust hebben de doelverdediger en een veldspeler van tenue gewisseld. Als het spel in de tweede helft een paar minuten aan de gang is, wordt dit opgemerkt door de scheidsrechter. Op welke manier zal deze nu juist handelen?
a. Hij geeft beide spelers een waarschuwing door het tonen van de gele kaart zodra dit mogelijk is, zonder het spel hiervoor te onderbreken.
b. Hij onderbreekt het spel, geeft beide spelers een waarschuwing door het tonen van de gele kaart en hervat het spel met een scheidsrechtersbal
c. Hij onderbreekt het spel, geeft beide spelers een waarschuwing door het tonen van de gele kaart en laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij.
d. Hij wacht tot de bal uit het spel is. Speelt één van beiden eerder de bal, dan wordt het spel onderbroken, krijgen beide spelers een waarschuwing door het tonen van de gele kaart en wordt het spel hervat met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij.

De antwoorden van vorige week waren:
1.B
2.C
3.B
4.C
5.C
6.B
7.D
8.B
9.B
10.D

Succes met de vragen, Joep Groenewolt

Comments are closed.